LEZINGEN KUNSTKENNERS NAJAAR 2021
Lezing of maatwerkcursus schilderkunst
- LEZINGEN – Kunstkenners verzorgt interessante lezingen schilderkunst, in overleg van 1 tot 2,5 uur. U vindt hieronder een overzicht van onderwerpen.
- De lezingen vinden plaats op locatie bij deelnemers/opdrachtgever.
- Datum, tijdstip en duur colleges in overleg.
- Prijs 250,– per lezing, excl. reiskosten tot 25 deelnemers. Daarboven op aanvraag. Informatie via Contactformulier.
- MAATWERKCURSUS – U kunt uit deze lezingen een eigen schilderkunst-cursus samenstellen, of deze combineren met lezingen bouwkunst of architectuur. Maatwerk dus. Prijzen en planning in overleg.
- Voor informatie over werkwijze, kosten en planning: klik op Contact. Of bel: 06-50963101
Uw docent Wea Kuipers studeerde af in Nederlandse taal- en letterkunde aan de RUG en in Kunstgeschiedenis aan de UvA.
Over kunst en kitsch
U kent ze vast ook: de deskundigen van het programma Kunst & Kitsch. Een onbekend werk weten ze snel en deskundig te dateren en toe te schrijven. Hoe doen ze dat? Welke informatie is nodig om vast te stellen wanneer een kunstwerk is geschilderd en door wie? En hoe bepaalt men de prijs? In deze lezing pakken we een onbekend werk en volgen we de werkwijze van de experts, tot en met de vaststelling van de waarde.
Hand van de meester
Fresco’s zijn duurzaam omdat het pigment verzonken is in de kalk, Van Eycks olieverf zorgde voor een revolutie in de schilderkunst, en verftubes maakten plein air-schilderen mogelijk rond 1850. In deze lezing komen de belangrijkste materialen voorbij, en zien we hoe die zich ontwikkelden. Door naar verschillen in toets (penseelstreek) te kijken, leert u de hand van verschillende meesters kennen.
Keuzes in compositie
De vorm en het formaat van een doek zijn niet willekeurig. Vroeger hing de keuze vaak af van geld, vanaf het modernisme bepaalt de schilder op welk vlak zijn voorstelling het best tot zijn recht komt. Andere aspecten van de compositie, zoals het gebruik van lijnen en het schema, dragen bij aan de kracht van de voorstelling. U krijgt aan de hand van veel voorbeelden inzicht in het beeldmiddel ‘compositie’.
Alberti's perspectief
In zijn boek De Pictura (1435) instrueert Leon Battista Alberti het lineair perspectief geschilderd moet worden. Zijns inziens was een kunstenaar een wetenschapper en wiskunde een hulpmiddel om ruimtelijkheid geloofwaardig te presenteren. Hoe ontwikkelde het gebruik van diepte zich, en welke middelen gebruikt de kunstschilder om ruimte te creëren? Aan de hand van prachtige voorbeelden krijgt u inzicht in de dieptewerking van schilderkunst.
Kunstenaars van licht
Zonder licht geen schilderkunst. Een lichtbron verlicht de werkelijkheid van het doek, met licht en schaduw worden lichamen gemodelleerd, licht richt de aandacht op de hoofdgebeurtenis. Kortom: licht is een uiterst belangrijk beeldmiddel. En de tegenhanger ervan – schaduw – natuurlijk evenzeer. Ze staan centraal in deze boeiende presentatie die eindigt met de beroemde lichtkunstenaars – Luministen – in het België en Nederland van de 20e eeuw.
De kracht van kleur
In de oudheid gebruikten schilders veelal aardpigmenten, die overal beschikbaar waren. Door de uitbreiding met synthetische kleurstoffen werd het palet in de loop der tijd steeds rijker. Kleuren kregen specifieke betekenis, zeker binnen de christelijke kerk. Ten tijde van het modernisme veranderde de functie van kleur van middel tot doel. We gaan dit bestuderen aan de hand van werken van o.a. Fra Philippo Lippi, Rembrandt, Matisse en Kandinsky.
De poorten van de kunst
Plinius de Oude verzamelde in de 1e eeuw na Chr. kennis over de oude Griekse en eigentijdse Romeinse schilderkunst en legde die vast in zijn boek Naturalis Historia. Een belangrijke bron voor deze lezing, waarin ook de ideeën van Plato en Aristoteles over schilderkunst behandeld worden. Juist deze filosofen werden in de renaissance herlezen, waardoor hun ideeën over schoonheid grote invloed kregen.
Primi Lumi (1300-1350)
De opkomst van de bedelorden in de 13e eeuw is een van de oorzaken van een explosie aan schilderkunst in Toscane en Umbrië. Cimabue schilderde nog ‘Maniera Greca’, op de Griekse, hemelse manier, bekend van de iconen en mozaïeken. Maar Giotto, Duccio, en de Lorenzetti-broers brachten de kunst terug op aarde. In deze lezing wordt verteld en getoond hoe ze dat deden en wie hun opdrachtgevers waren.
Augumento (1400-1500)
In de 15e eeuw dienen zich in Italië kunstenaars aan, die erkenning willen: schilderkunst is ook een wetenschap. Vanuit eigentijdse bronnen verhaalt deze lezing over de kunsttheoretische ideeën van deze kunstenaars, hun uitzonderlijke kwaliteiten en de kenmerken van hun schilderijen: historia, compositio, rilievo, puro, prospectivo, gratia. Na afloop hebt u leren kijken als een 15e-eeuwse toeschouwer.
Perfezione (1495-1525)
Volgens Giorgio Vasari (1511-1574) was Michelangelo Buonarotti de meester aller kunstenaars, ooit. Niemand kon zich met hem meten. Maar ook Leonardo da Vinci en Rafaello Sanzio behoorden tot de klasse van ‘perfectie’. In deze lezing bespreken we het ‘extra’ dat deze kunstenaars typeert. Verder gaan we in op Da Vinci’s aantekeningen, Raphaels werken in de Stanza en Michelangelo’s Sixtijnse kapel.
Wat is dat, modernisme?
Parijs rond 1850 was een bruisende stad: nieuwe industrie, rijkdom, boulevards, elektriciteit, een echt nachtleven. De kunstschilders wilden niet langer de regels van de traditie volgen maar de dynamiek van deze ‘modernité’ vastleggen. Het modernisme werd geboren en zou nooit meer verdwijnen. Deze presentatie bespreekt dit tijdperk, de artistieke ontwikkelingen en de kunstenaars die als avant garde de strijd aan gingen met de Academie
Licht, kleur, impressie
Licht en kleur, daarom draait het in het impressionisme, het vastleggen van het moment. Monet, Renoir, Degas ….. ze trekken erop uit, op zondagmiddag langs de Seine of ‘s nachts in de Moulin Rouge. Maar de beschaving had ook een keerzijde. Kunstenaars als Gauguin en Van Gogh verlieten daarom de stad en zochten het oorspronkelijke in de natuur. Beide groepen kunstenaars komen aan het woord.
De moderne revolutie
De emancipatie van kleur, dat typeert het Fauvisme van Matisse en Dérain. Ruimtelijkheid verliest steeds meer van haar belang bij Cézanne en dat zien we terug in het kubisme van Picasso en Braque. Symbolisme, futurisme, expressionisme….een explosie aan stromingen kenmerkt de aanvang van de 20e eeuw. Ze komen stuk voor stuk voorbij in deze presentatie. Duizelingwekkend en dynamisch.
Verdwijning van het object
Kenmerkend voor kunstenaars rondom WOI is hun weerzin tegen de eigentijdse beschaving. Nieuwe stromingen hebben elk een eigen utopische droom, die vorm en inhoud van de schilderkunst bepaalt: Afrikaanse culturen maar ook de innerlijke nabootsing van de theosofie, of de focus op de toekomst. Met het loslaten van de werkelijkheid wordt de kunst steeds abstracter. Het object verdwijnt uit beeld.
Hollands modernisme
Begin 20e eeuw nemen de Amsterdamse expressionisten de rol van de Haagse school over. Van Gogh en Jan Sluijters staan aan de basis van het Luminisme, expressionistische stromingen als de Bergense school. Bij individuele kunstschilders zien we ook kubistische invloed. Mondriaan, Van der Leck en Doesburg starten De Stijl. Kortom, ook in Nederland krijgt ‘abstractie’ voet aan de grond. Daarover gaat deze lezing.